In Nederland zitten minimaal 70.000 kinderen thuis of lopen structureel vast in het onderwijs.
Niet omdat zij niet willen leren.
Maar omdat wat zij nodig hebben niet altijd aansluit bij hoe ons onderwijs is ingericht.
Als dat lang duurt, kan dat grote gevolgen hebben. Zelfvertrouwen brokkelt af, spanning loopt op, plezier in leren verdwijnt. Kinderen raken steeds verder verwijderd van school, van andere kinderen en soms ook van zichzelf. Heel vaak ontstaat het gevoel ‘er is iets mis met mij’. Soms gaat het nog verder. Er zijn kinderen voor wie de wanhoop zo groot wordt dat zij niet meer op deze wereld willen zijn.
Tegelijkertijd is onderwijs niet vrijblijvend. Er is leerplicht. Een kind kan niet simpelweg zeggen: deze plek werkt niet voor mij, dus ik ga niet meer. Ook ouders kunnen niet zomaar uitstappen wanneer er geen passend alternatief beschikbaar is.
Daardoor kan een gezin lange tijd vast komen te zitten in een situatie waarin iedereen probeert vol te houden, terwijl de druk steeds verder oploopt. Ouders zoeken naar hulp, betalen voor onderzoeken, begeleiding en ondersteuning, gaan minder werken of vallen uiteindelijk zelf uit omdat hun kind thuiszit en intensieve zorg nodig heeft.
En daarmee is onderwijsuitval veel meer dan een onderwijsprobleem. Het is een maatschappelijk probleem.
De kosten van langdurige uitval zijn enorm. Er gaat veel geld naar hulpverlening, zorg, begeleiding en ondersteuning. Tegelijkertijd vallen ook bevlogen onderwijsprofessionals uit of haken af, terwijl het potentieel van kinderen én de mensen om hen heen onbenut blijft.
We betalen dus dubbel: in geld én in gemiste mogelijkheden.